Extra informatie

Bouw Sint Sebastiaansbrug

Vanaf 12 juni is de Sint Sebastiaansbrug weer open voor voetgangers. De streepjeslijn in de de blauwe wandelroute die de omleiding aangaf kan dan vervallen. Het openbaar vervoer tussen het eindpunt en het beginpunt volgt nog even een omleiding; waarschijnlijk zal de bus eerder rijden en de tram pas enkele maanden na de opening. Informatie hierover is te vinden op de website 9292.nl of de app 9292.

Opening aangegeven horecapunten

Het Vakwerkhuis in het TU-Noordgebied (nummer 41 op de kaart) is vanaf 1 juni 2020 alle dagen geopend. De firma Van Buiten opent eind 2020 bij de halte Technopolis van tramlijn 19.

Vertalingen

De Engelse vertaling van de wandelkaart is nu beschikbaar. Volg deze link naar de vertaling van de wandelkaart: www.museumvanmarken.nl/wandelkaart/translation

Follow this link to the English translation of the hiking map: www.museumvanmarken.nl/wandelkaart/translation

De Duitse vertaling is nu ook beschikbaar. Volg deze link naar de Duitse vertaling van de wandelkaart: http://www.museumvanmarken.nl/wandelkaart/uebersetzung

Die deutsche Übersetzung ist über diesen Link verfügbar: http://www.museumvanmarken.nl/wandelkaart/uebersetzung

We are still working on other languages. Chinese and Spanish are in progress now.

Extra informatie en extra items:

6. Parkwinkel

Correctie: De in de tekst genoemde bovenwoningen met ‘overtuin’ bevinden zich niet het bouwblok van Parkwinkel & Kantoor Gemeenschappelijk Belang, maar in de bouwblokken die ten noorden van Vijver Noord liggen. Hier zijn de bovenwoningen voorzien van een trap naar de tuinen op het binnenterrein. (Met dank aan Tessa van Iperen).

18. Grote Kantoor, Wateringseweg 1

Vanaf 1900 gaat het crescendo met de NG&SF. Aandeelhouders krijgen over 1901 en 1902 20 procent dividend. De koerswaarde van NG&SF-aandelen loopt in 1902 op van 110 naar 157,5 procent. In deze topjaren worden de plannen voor een nieuw kantoor concreter. Het idee van Jacques van Marken is om nabij de Lepelbrug een gebouw te creëren, waarin het kantoorpersoneel van de drie grote fabrieken (Gist, Calvé en Lijm) gezamenlijk worden ondergebracht. In het voorjaar van 1903 wordt de grond aan het Jaagpad, gesitueerd in de gemeente Hof van Delft, verworven.

Het gebouw komt tot stand door een samenwerking tussen de architecten Bastiaan Schelling (1851-1933) en Karel Muller (1857-1942). Schelling was chef Bouwbureau van de Gistfabriek en had al veel gebouwd in Delft: Drukkerij Van Marken (1891) en het Gemeenschapsgebouw (1892) in het Agnetapark, de Lijm – en Gelatinefabriek, maar ook Villa Vrijenban (1877), de burgemeesterswoning tegenover het Kalverbos en een groot pakhuis op de Scheepsmakerij (1899).

Het definitieve ontwerp voor ‘Het Grote Kantoor’ heeft een moeilijke geboorte. In de eerste ontwerpen is er sprake van een open binnenplaats waaromheen de kantoren en gaanderijen zijn gegroepeerd. De directie heeft als referentie oudchristelijke basilieken: een Romeinse markt of gerechtsgebouwen met een open hof. Uiteindelijk wordt gekozen voor een met glas overdekte hal, zoals dat in 1903 in de Beurs van Berlage is toegepast. Keer op keer komen directeuren van de drie deelnemende fabrieken met aanmerkingen en wensen en moeten de architecten hun ontwerp aanpassen.

De publieke aanbesteding vindt plaats op 20 december 1905 in het Gemeenschapsgebouw in het Agnetapark. De bouw van het kantoorgebouw zal twee jaar duren. Directeur Van Marken zal zijn gedroomde kantoorgebouw nooit zien; hij is ernstig ziek en overlijdt op 6 januari 1906.

De begane grond van het kantoorgebouw omvat 2.000 m2, waarvan de overdekte hal 400 m2 ruimte inneemt. De verdiepingshoogte is 6 meter. De scheidslijn tussen de Gist en Calvé loopt dwars door de hal: links de kantoren van de Gist, rechts die van Calvé. In de centrale hal zijn loketten, waar allerlei financiële handelingen worden verricht. De betalingen van de loonzakjes aan de arbeiders vinden niet in de hal plaats; het werkvolk staat op zaterdagen buiten in de rij om aan de zuidgevel hun salaris te ontvangen.

Een monumentale hoofdtrap van lichtgeel marmer leidt in het voorgebouw naar de directiekamers op de eerste verdieping. Directeuren Frans Waller (Gist) en Jan Tutein Nolthenius (Calvé) zetelen in de naast elkaar gelegen grote kamers (8.56 x 6 meter) met zicht op de Vliet. De directeuren Verkade (Gist) en Hugo Tutein Nolthenius hebben de kamers (7.26 x 5.30 meter) ernaast. Naast het gebouw komt zowel links als rechts een doorgang met smeedijzeren hekwerk en twee portierswoningen voor Gist en Calvé. Opnieuw alles keurig 50-50 verdeeld. De directiekamer van de Lijmfabriek wordt gesitueerd op de tussenverdieping.

Het kantoorgebouw is een rijksmonument en werd juni 2019 door de KNCV uitgeroepen als Nationaal Chemisch Erfgoed.

18/19 Molen Het Fortuin, Wateringseweg

Aan de Wateringseweg heeft eeuwenlang de molen ‘Het Fortuin’ gestaan. Deze molen werd in 1696 als stellingmolen met de naam ‘De Slikmolen’ gebouwd en werd tussen 1807 en 1817 omgedoopt in ‘Het Fortuin’. Doordat destijds de firma Calvé voor de uitbreiding van haar oliefabrieken grond langs de vaart van Delft aankocht, kwam het bestaan van de molen in gevaar. Om die reden is de molen geschonken aan het Openluchtmuseum in Arnhem, waar de molen in 1921 weer is herbouwd en nog altijd is te bewonderen.

Molen Het Fortuin aan de Wateringseweg
Molen Het Fortuin in het Openluchtmuseum Arnhem

19 Moniergebouw

Het Moniergebouw is helaas in november 2019 gesloopt. De monumentale status was al eerder door de gemeente Delft ingetrokken. De sloop moet ruimte bieden aan een verdere ontwikkeling van het gebied ten noorden van de fabrieken.

19 Kolenhavenbrug (ten noorden van Moniergebouw)

Ten noorden van het Moniergebouw ligt de Kolenhavenbrug. Deze brug is in 2003 gebouwd en is ontworpen door Joris Smits, hoofd van de brugontwerpgroep aan de TU Delft. Voorheen lag hier het zogenaamde Calvé-bruggetje, een smal ophaalbruggetje over de vaart naar de Kolenhaven. Met de komst van een busverbinding van Delft naar Rijswijk is het oude bruggetje vervangen. De nieuwe brug heeft hetzelfde karakter als de oude brug, maar de vormgeving en uitvoering zijn onbetwist van deze tijd.

20/21 Nieuwe Plantage 110 – 112, Stadsboerderij Plantage Hoeve

De laatste en nog functionerende stadsboerderij in Delft. In de winter staan hier de koeien op stal, ’s zomers lopen de koeien in de weide in de Gemeente Midden Delfland. Tweemaal per jaar komt de veewagen die alle beesten van en naar de Nieuwe Plantage brengt. Pasgeboren kalfjes staan in het voorjaar de eerste weken echter nog voor het huis in het weitje langs de Vrijenbanse kade. Dat trekt jaarlijks het nodige bekijks.

De boerderij is oorspronkelijk in 1853 gebouwd als onderdeel van de nieuwe stoomolieslagerij van fabrikant Reinier Koperdraat, die destijds zelf op Noordeinde 14 woonde. De boerderij was waarschijnlijk destijds een aantrekkelijke manier om het afval van de oliefabriek – de zogenoemde koeken – te gelde te maken. Een groot deel van de Nieuwe Plantage ten noorden van de huidige trambaan was toen nog onbebouwd en hoorde bij de boerderij. De Nieuwe Plantage heette daar toen nog Haagweg en de boerderij had nog ruim vijf hectare weidegrond richting de Indische Buurt. Een groot stuk van deze grond verdween door de aanleg van het Rijn Schiekanaal in 1893 en het bedrijf werd afgesneden van de weidegronden die destijds ter hoogte van de huidige Molukken- en Timorstraat lagen.

De boerderij is rond 1911 verkocht aan Tutein Nolthenius, de directeur van Calvé-fabriek aan de overzijde van het water. Hij liet op het terrein van de gesloopte oliefabriek enkele nieuwe huizen neerzetten.

Ondanks deze wijzigingen is de boerderij altijd blijven bestaan. De koeien werden een lange periode gevoed met de spoeling die dagelijks met paard en spoelingwagen bij de Gistfabriek werd gehaald. 

In oktober 1992 is de boerderij afgebrand en weer herbouwd.

Bron: Achter de gevels van Delft

25 Voormalige Parkwinkel

Zo zag de oude Parkwinkel bij de spoorwegovergang er uit.

26/27 Kolk 3

In Kolk 3 is in 1913 de ‘Delftse Motoren Handel’ van start gegaan, opgericht door de twee neven en (destijds) studenten Frans Waller en Charles Theodoor Stork. De laatste was de kleinzoon van Charles Stork, grondlegger van het Stork-imperium en tevens goede vriend van Jacques van Marken. Deze Charles Theodoor Stork noemde zich later Chuck en emigreerde naar de VS. Een opmerkelijk persoon want hij trouwde zeker 5 maal, was naar verluid twee maal multimiljonair en stierf in 1966 berooid als nachtwaker van een fabriek in Michigan. Frans Waller (jr.) zou later zijn vader Frans opvolgen als directeur van de Gist- en Spiritusfabriek.

De twee studenten leggen zich toe op het importeren van onder andere Harley Davidson motoren uit Amerika. Het door de studenten gestarte bedrijf wordt in 1915 bij het begin van de Eerste Wereldoorlog verkocht aan het bedrijf Englebert & Co. De twee studenten ontvangen f. 1.500 gulden en ontvangen tevens 5 gulden premie voor elke verkochte Harley Davidson in Nederland tot een maximum van duizend gulden. Ook mogen ze een keer per jaar een Harley Davidson tegen kostprijs kopen. Er wordt afgesproken dat ze de eerste jaren geen motorrijwielonderneming meer mogen runnen en zijn verplicht om voor eigen kosten deel te nemen aan wedstrijden en behendigheidsritten.

Bronnen: Frank van Oortmessen, CONAM (Contactgroep Automobiel- en Motorrijwielhistorie); Jaap Scholten, ‘Horizon City’ en ‘Van Oldenzaal tot Ouagadougou’

26/27 Oude Delft 210, In den bonten Hengst

Van 1886 tot 1890 woont hier de weduwe Sara Vreede-Van der Mandele met twee dochters Dorothea en Egberta. Haar man was burgemeester geweest van Rozenburg, Lisse en laatstelijk van Vrijenban maar vlak daarvoor overleden. Frans Waller trouwt in 1888 met dochter Dorothea Vreede en heeft een receptie in het huis gegeven. In augustus 1889 is er ook een receptie ter ere van de ondertrouw van dochter Egberta Vreede met Frans de Vries van Heijst (zoon van de Delftse burgemeester). Als getuige bij het huwelijk is Frans Waller aanwezig. Beide heren werken bij de Gist- en Spiritusfabriek. De Vries van Heijst wordt later rentmeester van het Gasthuis en woont aan de Phoenixstraat. Frans Waller wordt uiteindelijk directeur van de fabriek en woont aan de Nieuwe Plantage.

Van 1890 tot 1893 woont hier korte tijd het jonge gezin van Henricus Beeckman, dan nog candidaat-notaris. Hij is in datzelfde jaar getrouwd in Rotterdam met de dochter van de laatste burgemeester van Delfshaven Frederik van Citters, Anne Benine jonkvrouwe van Citters. Op 16 januari 1893 doet hij aangifte van de geboorte van zijn dochter Catharina met als getuige dezelfde Frans de Vries van Heijst. Van 1895 tot ’98 woont hier Wilhelm Gregoor met vrouw en drie jonge kinderen. Hij is chef van de afdeling Gist bij de Gist- en Spiritusfabriek.
Vanaf 1901 begint de weduwe Antoinette (MT) Pool – van Schadewijk in het pand als kamerverhuurster. Zij overlijdt in 1911, maar tot 1915 is het in gebruik. Zij heeft veel studenten in huis, waaronder W.H. van Leeuwen, de latere directeur van de Gistfabriek. Bron: Achter de gevels van Delft

31/32 Oude Delft 141, woonhuis directeur Enricus Verkade

Woonhuis van NG&SF directeur Ericus Verkade van 1906 tot 1920. Tijdens de aandeelhoudersvergadering waarin Verkade benoemd wordt, wordt de stoel van de zojuist overleden Jacques van Marken leeg gehouden.

Het huis stamt van oorsprong uit de 15e eeuw als een samenvoeging van twee afzonderlijke huizen met een steeg ertussen. Het complex is talloze maken verbouwd en van eigenaar gewisseld. Eind 19e eeuw is het eigendom van fabrikant en koopman Ludovicus Gerardus Kok, die het verhuurde. Veel studenten hadden er in de jaren hierna hun onderkomen. 

Een van de huurders was (1889) Abel Labouchere, mede-eigenaar van de Porceleyne Fles.

Pas in 1906 kwam er een nieuwe eigenaar, Ericus Gerhardus Verkade (Zaandam 1868 – ’s Gravenhage 1927). Hij betrok het pand, samen met zijn vrouw Henriette Johanna Catharina van Gelder, hun vier kinderen en een hun personeel. De familie Verkade nam de modernisering en verfraaiing ter hand en bracht het terug tot wat het ooit was: één van de mooiste grachtenpanden. 
Aanvankelijk was Verkade enige tijd directeur van Verkade’s Fabrieken te Zaandam, het bedrijf van zijn vader (zelfde voornaam). Zijn grootvader (zelfde voornaam) was eerder in Zaandam al de oprichter van de brood- en beschuitfabriek De Ruijter. Ericus Verkade III was in 1890 in contact gekomen met de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek NV te Delft en bevriend geraakt met de jonge F.G. Waller. Waller was de beoogde opvolger van J.C. van Marken, directeur en oprichter van de Nederlandsche Gist- en Spirtusfabriek. Na de dood van Van Marken nodigde Waller Verkade uit mededirecteur van de fabriek in Delft te worden. Hij vond het een uitdaging om deel te nemen aan het bestuur van een veel grotere onderneming. Hij werd als directeur belast met de commerciële, administratieve en sociale aangelegenheden van de fabriek. Hij bleef echter als president-commissaris en adviseur aan de Zaanse koekjesfabriek verbonden.

In 1920 verhuisde het gezin naar Den Haag. Hij was in Delft ook voorzitter van de afdeling Delft der Maatschappij van Nijverheid en voorzitter van de afdeling Delft van de “Bond van Vrije Liberalen”. Hij was één van de rijkste inwoners van Delft, zoals blijkt uit het Kohier van den Hoofdelijken Omslag uit 1917 waarin hij voor een inkomen van 172.176 gulden wordt aangeslagen. Hij overleed in Den Haag in 1927.

Bron: Achter de gevels van Delft

31/32 Oude Delft 120, woonhuis Bastiaan Schelling

In 1878 stond dit huis met de volgende advertentie in de Delftsche Courant te koop:
Een wel ingericht, bijzonder goed onderhouden huis, bevattende 2 beneden en 5 bovenkamers, alle behangen, de meeste voorzien van stookplaats en kasten. Keuken met regen- en welwaterpomp. Plaats met bergplaats, keldertje, gang en fraaie trap. Zolder met 2 afsluitingen en dienstbode kamertje. De koper werd verver Josef Houtzager, die meerdere huizen in Delft bezat. Later kam het huis in bezit van de vennootschap P.H. Bender, die ook het naastliggende hoekpand bezat, waarin de familie Bender zij een servieswinkel had. Van omstreeks 1900 tot 1920 woont Bastiaan Schelling er, chef van de gebouwen van de Gist en Spiritusfabrieken. Bastiaan Schelling ontwierp onder andere de uitbreidingen van Rust Roest, de Lijm- en Gelatinefabriek, de gebouwen Parkwinkel, De Gemeenschap en de Drukkerij in het Agnetapark, het gemeentehuis Vrijenban en Het Grote Kantoor. Hij was in deze periode tevens actief als gemeenteraadslid.

Bron: Achter de gevels van Delft

50/51 Scheepmakerij 11, Pakhuis

Dit Pakhuis is in 1899 gebouwd naar een ontwerp van Bastiaan Schelling. Bastiaan Schelling ontwierp onder andere de uitbreidingen van Rust Roest, de Lijm- en Gelatinefabriek, de gebouwen Parkwinkel, De Gemeenschap en de Drukkerij in het Agnetapark, het gemeentehuis Vrijenban en Het Grote Kantoor. Hij woonde aan de Oude Delft 120.

Opmerkingen en aanvullingen

We zijn erg benieuwd wat u van de wandelkaart vindt en of u nog opmerkingen of aanvullingen heeft. Laat het ons graag weten door een e-mail te sturen aan: info@museumvanmarken.nl

BLIJF OP DE HOOGTE!
Ontvang De Fabrieksbode
Wees de eerste die De Fabrieksbode, vol met de laatste ontwikkelingen, exclusieve acties en meer van Museum van Marken, direct in uw Postvak ontvangt.
Blijf op de hoogte
Probeer het, u kunt zich op elk moment weer afmelden...
close-link